Slaapkennis
Slapen met nek- en rugklachten: waar het misgaat
Je ligt zeven tot acht uur per nacht in vrijwel dezelfde houding. Staat je nek in die uren scheef, dan moeten de spieren rond je nek en schouders continu bijsturen. Dat is precies waarom veel mensen 's ochtends stijver opstaan dan ze gaan slapen.

1. De neutrale lijn
Idealiter ligt je hoofd zo dat je nek in het verlengde van je wervelkolom blijft — net als wanneer je rechtop staat. Een kussen dat te plat is laat je hoofd wegzakken; een kussen dat te hoog is duwt je kin naar je borst. In beide gevallen rekken of verkorten je nekspieren de hele nacht.
2. Je slaaphouding bepaalt de hoogte
- Zijslapers hebben de meeste hoogte nodig: de ruimte tussen je schouder en je oor moet opgevuld worden, anders knikt je nek naar beneden.
- Rugslapers hebben juist steun onder de nekholte nodig en een lager deel onder het achterhoofd.
- Buikslapers draaien hun nek ver door. Een plat gedeelte houdt die rotatie zo klein mogelijk.
3. Nek en lage rug hangen samen
Zakt je bovenlichaam scheef weg, dan draait je bekken mee. Daarom melden mensen met nekklachten vaak ook spanning in de bovenrug en lage rug. Stabiele ondersteuning bovenin houdt de rest van je wervelkolom rustiger.
4. Wat je vanavond al kunt doen
- Kies één vaste slaaphouding en stem je kussenhoogte daarop af.
- Leg als zijslaper een kussen tussen je knieën om je bekken recht te houden.
- Vervang traagschuim dat is ingezakt — steun die weg is, komt niet terug.
- Bouw wenperiode van minimaal een week in bij een nieuw kussen.
Ontworpen voor precies dit probleem
Het Sleepsy kussen combineert twee hoogtes, een nekrol en een schouderuitsparing, zodat rug-, zij- én buikslapers hun neutrale lijn vinden.
Bekijk het kussen — vanaf € 59,99Veelgestelde vragen
Ons kussen is ontworpen voor alle slaaphoudingen: rug-, zij- en buikslapers. De unieke vulling past zich aan uw voorkeurshouding aan voor optimaal comfort.
Deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen medisch advies. Neem bij aanhoudende of uitstralende klachten contact op met je huisarts of fysiotherapeut.
